Troost voor wie rouwen
Nieuwsbrief 2
Nieuwsbrief nr. 2
Een onverwacht nieuw boek
Lieve mensen,
Het leven loopt altijd weer anders dan je verwacht en gepland had. Zo vertelde ik in mijn vorige Nieuwsbrief dat ik was begonnen aan een nieuw boek over karma en reïncarnatie. Maar toen de eerste vier hoofdstukken klaar waren, kreeg ik plotseling het dringende verzoek van mijn Duitse uitgever Aquamarin Verlag om een boekje te schrijven met de titel: Trost für Trauernde, ofwel: Troost voor wie rouwen. Op de een of andere manier raakte dat verzoek mij meteen. Het begon vanbinnen te kriebelen en als vanzelf begon ik heel spontaan te schrijven. Al schrijvend voelde ik: dit is een boek dat nu geschreven wil worden en daar moet ik mij, of ik dat nu wil of niet, eerst aan overgeven. Zo kwam het dat het werk aan het manuscript over vorige levens voorlopig even stil kwam te liggen. Ik heb nog nooit zo snel een boek geschreven: ik ben er nog steeds verbaasd over. Het manuscript was al na twee maanden klaar en dat lag niet zozeer aan mij, maar vooral aan de dringende impulsen vanuit de geestelijke wereld. Nog zo’n teken dat dit boek geschreven wilde en zelfs moest worden. Het ligt nu bij de Duitse uitgever die het eerst in het Duits moet laten vertalen voordat het boek uitgebracht kan worden. Ik heb het manuscript trouwens ook naar mijn Nederlandse uitgever AnkhHermes gestuurd en deze liet mij weten dat het boek volgend voorjaar zal verschijnen.
1. Sterven is een proces
Al schrijvend aan dit nieuwe boek werd ik mij opnieuw bewust hoezeer sterven een geleidelijk proces is van opgaan naar de geestelijke wereld. Stap voor stap gaat de stervende/gestorvene die weg en hij kan geen enkele van die stappen overslaan. Het sterven van het fysieke lichaam is slechts een van die stappen. Je zou de dood van het lichaam in het geheel van dit proces dan ook het eerste loslaten kunnen noemen. Met zijn geestelijke of astrale energieën blijft de gestorvene nog heel wat langer verbonden met de aardse wereld die hij geleidelijk achterlaat. Na de dood van zijn fysieke lichaam trekt hij vervolgens uiterst langzaam zijn astrale energieën of zijn zielenkrachten terug uit de omgeving waar hij op aarde leefde. En dan met name uit het huis waarin hij woonde. Pas daarna trekt hij als laatste zijn astrale krachten of zijn zielenenergieën terug uit het lichaam en de ziel van diegenen van wie hij houdt, met name uit de ziel en het lichaam van zijn partner (of ouder, of kind). Dat terugtrekken van deze astrale krachten kan lang duren. Soms zelfs jarenlang. Hoe sterker de liefde tussen die beiden, hoe langer het duurt. (Er zijn ook nog andere factoren die de snelheid van het terugtrekken bepalen, maar die laat ik nu even liggen. Kinderen die jong sterven, trekken hun zielenkrachten overigens heel snel terug.)
Als dat proces voltooid is heeft de achtergebleven geliefde vaak het spontane gevoel: Nu is hij of zij ook echt weg. Nu voel ik hem of haar niet meer. En dat klopt ook, want tegelijk met die astrale krachten heeft nu ook de ziel van de gestorvene de aardse wereld verlaten. De astrale krachten vormen immers de ziel van de gestorvene en als deze zich nu – bij wat ik het tweede loslaten noem – heeft teruggetrokken, voelt de achtergebleven geliefde een zekere (soms zelfs heftige en pijnlijke) leegte en/of eenzaamheid. De gestorvene zelf laat zijn astrale krachten (en dus zijn ziel) vervolgens achter in de astrale wereld. Vervolgens reist hij dan als geest (of als zijn hogere, ware Zelf) door naar de hogere geestelijke wereld van het pure licht. Daar – en stel je maar voor hoe groots dat is – dompelt hij zich onder in de wijsheid die van Christus uitgaat en die heel de hogere geestelijke wereld doortrekt en vervult. Ook hult hij zich in het gewaad van de volmaakte liefde die van Christus uitgaat. Dat gewaad wordt aan ieder mens geschonken die de hogere lichtwereld binnengaat. Dat is zo groots dat we ons die mantel nauwelijks kunnen voorstellen. De gestorvene wordt en is vanaf dat moment zo intens gelukkig! En daar, op dat moment, wordt de gestorvene die zich geestelijk voldoende ontwikkeld heeft, voor ons tot de hoogste, de beste gids die wij ons maar wensen kunnen. Hij was al vrij snel na zijn dood, door liefde gedreven, onze gids geworden. Maar nu, nu hij de nog hogere wereld van het pure licht is binnengegaan, heeft hij een geestelijk niveau bereikt waarop hij ons als gids ongehoorde inzichten kan laten toevallen en waardoor hij ons kan laten groeien naar een geestelijk niveau dat wij nooit eerder in al onze vorige levens hadden bereikt. Want de heilige energieën die hij ons laat toestromen vanuit die zo hoge wereld bouwen in ons innerlijk, ofwel in onze ziel een sfeer van een diepe vrede, een innerlijke rust en een weldadige overgave op. Daar, waar vroeger alleen maar onvrede, onrust en machteloosheid heerste. Zo staat er tegenover de pijn en het gemis van het tweede loslaten een winst die zoveel groter is dan al het verlies. Maar ja, dat besef je meestal pas achteraf en helaas niet als je nog midden in de pijn van het verlies en het gemis zit.
Gedicht
De gestorvene zegt tot ons:
Wees niet bezorgd: je wordt zo
liefdevol geleid, ook als je weg
door het diepste donker gaat.
En ik, ik mag zien hoe waar dat is.
Jouw leven is niet zinloos.
Want ik mag zien wat jouw
levensdoel is en wat de zin is
van alle gebeurtenissen die je
overkomen. Laat je leiden
en oefen je in overgave.
Ga moedig de toekomst
tegemoet: elke dag is
belangrijk voor de vervulling
van je levensopdracht –
ook die dagen die alleen maar
donker en zinloos lijken.
Ga je weg in vertrouwen,
oefen in dankbaarheid
en weet: mijn hart is bij jou.
Hans Stolp
Een indrukwekkend voorbeeld
Een mevrouw vertelde eens dat zij twee jaar na de dood van haar man droomde dat ze samen met hem in de slaapkamer stond. Daar keken ze allebei rond en zagen dat de muren van de kamer helemaal leeg waren: alle foto’s, schilderijtjes en andere kleine snuisterijen waren verdwenen. Pas later, in een volgende droom, zo vertelde deze mevrouw, werd haar de betekenis van dit droombeeld uitgelegd. De lege muren maakten duidelijk dat haar gestorven echtgenoot nu ook zijn zielenkrachten of astrale energieën uit hun huis had teruggetrokken. Nog weer een jaar later, vertelde de mevrouw verder, had ze zich op een dag plotseling heel eenzaam en verlaten gevoeld. En op datzelfde moment realiseerde ze zich dat ze ook de nabijheid van haar man niet meer voelde, terwijl ze hem al die jaren na zijn dood altijd heel dichtbij had gevoeld. Daardoor besefte ze: hij heeft zijn zielenkrachten nu ook uit mijn lichaam en uit mijn ziel teruggetrokken. Ze had het gevoel alsof ze in de weken daarna door een tweede rouwperiode heen ging.
2. Verplaats je in de gestorvene en volg hem in zijn weg
Natuurlijk zijn de meesten van ons zich van al deze processen (nog) niet of nauwelijks bewust. Maar gelukkig zijn er steeds meer mensen die beginnen te beseffen hoe belangrijk het is om ons wel van die processen bewust te worden. We zien dan ook hoe steeds meer mensen aandacht beginnen te vragen voor het feit dat sterven en doodgaan een proces is dat zich over een veel langere tijd uitstrekt. Een indrukwekkend voorbeeld van iemand die dat doet is – om maar één naam te noemen – Ineke Koedam van het Landelijk Expertisecentrum Sterven.
Nieuwste boek
Het lijden van Rudolf Steiner
Gedreven door liefde
Uit vrije wil besloot een hoge ingewijde terug te keren naar de aarde. Hij wilde de impuls brengen die de mensen nodig hadden om een verdere stap te kunnen zetten in hun geestelijke ontwikkeling. Hij zag bij een vooruitblik dat hij tegenwerking, onbegrip en veroordeling zou moeten verdragen en dat er gewelddadige aanslagen op hem gepleegd zouden worden. Toch aanvaardde hij dat levenslot en koos daar bewust voor. De naam die hij op aarde kreeg luidde Rudolf Steiner. Hij ging omdat hij wist dat zijn lijden niet vergeefs zou zijn.
De eerste christenen wisten het al: uit het ware martelaarschap komt nieuw leven voort. In onze tijd zien we hoe de inzichten die hij bracht, steeds meer mensen beginnen te inspireren. Uit zijn lijden komt nieuw leven voort.
Dit is het derde boek dat Hans Stolp wijdt aan Rudolf Steiner, na Rudolf Steiner, stichter van een nieuwe cultuur en Rudolf Steiner en Johannes, twee gezworen vrienden. Hans Stolp belicht in dit nieuwe boek weer een nieuwe kant van Steiner en weet de lezer wederom te raken.
3. Een bijzondere vrouw: Elisabeth Kübler-Ross
Maar waaróm is het nu eigenlijk zo belangrijk om aandacht te vragen voor deze stervensprocessen? Behalve dan dat je op die manier de blijvende verbinding met de gestorvene kunt blijven ervaren? En dat je daardoor kunt voelen: ook door de dood heen blijven wij in liefde met elkaar verbonden. Dat is nodig omdat we in deze tijd aan het einde gekomen zijn van een bepaalde geestelijke ontwikkeling. En dat we intussen (meestal onbewust) al begonnen zijn met de volgende stap in de geestelijke ontwikkeling van de mensheid. De fase die nu bijna achter ons ligt, is die van de ontwikkeling van ons logische denken of van onze ratio. Deze zielenkracht hebben we inmiddels al zover ontwikkeld dat we in feite alleen nog maar denkend (en niet zozeer voelend of intuïtief) het leven benaderen. Dat heeft ertoe geleid dat de samenleving steeds killer is geworden. Ook zien we hoe steeds meer mensen zich opsluiten in hun eigen (denk)gelijk. Gewoon, omdat ze ervan overtuigd zijn dat hun manier van denken en hun opvattingen juist zijn en dat de andere mensen dus onjuiste opvattingen hebben en ernaast zitten. Steeds meer mensen en steeds meer groepen komen daardoor lijnrecht tegenover elkaar te staan. Zo begint een groot geschenk – dat van het logische denken of de ratio – zich meer en meer tegen ons te keren. Hoe komt dat? Omdat we vergeten zijn dat het allang de hoogste tijd is voor een volgende stap in onze geestelijke groei: die van de ontwikkeling van ons bewustzijn of onze bewustzijnsziel. (En dat woord betekent gewoon het vermogen van onze ziel om ons bewust te worden wat er leeft in de ziel van de ander en in onze eigen ziel.) Dat nieuwe vermogen – dat we dus nog helemaal moeten opbouwen in onze ziel en ons vervolgens eigen moeten maken – sluit zich juist niet op in het eigen gelijk, maar probeert zich bewust te maken waarom de ander denkt en voelt zoals hij doet. Dat inleven in de ander doet degene die zijn bewustzijn wil ontwikkelen zonder enig oordeel, alleen maar door zich te verplaatsen in de ander. Op die manier
leert hij de opvattingen van de ander kennen en te respecteren, ook al denkt en voelt hij het zelf heel anders. Datzelfde proberen in feite ook de mensen te doen die hun geliefde gestorvenen volgen op hun weg naar de hogere geestelijke wereld. Zij proberen zich, hoe moeilijk dat ook is, in hun geliefde gestorvene te verplaatsen en hem intuïtief en invoelend te volgen op zijn weg door de geestelijke wereld. Dat is werkelijk mogelijk, al kost het heel wat oefening en doe je dat niet met je hoofd, maar met je inlevingsvermogen. (En juist dat inlevingsvermogen hebben, zoals we net zagen, helaas nog maar weinig mensen tot ontwikkeling gebracht.) Het lijkt erop alsof de geestelijke wereld ons in deze tijd vooral deze opgave voorlegt: Verplaats je in de gestorvene en volg hem op zijn weg. Kennelijk ziet de geestelijke wereld deze opgave bij uitstek als een eerste en belangrijke stap op de weg waarlangs wij onze bewustzijnsziel heel geleidelijk tot ontwikkeling beginnen te brengen en ons die eigen beginnen te maken.
4. De bijzondere opdracht van Elisabeth Kübler-Ross
De laatste paar jaren van haar leven was Elisabeth Kübler-Ross als gevolg van een aantal beroertes overgeleverd aan de zorg van anderen. Die jaren heeft zij op een indrukwekkende wijze doorleefd. Ze zei zoiets als: Ik begrijp wel waarom God mij deze levensles oplegt. Want ik heb een leven lang voor anderen gezorgd, maar nu moet ik leren om zelf hulp en zorg van anderen te aanvaarden en leren ontvangen, want dat kan ik niet zo goed. Ik vind dat een indrukwekkende uitspraak. Maar ik heb het sterke vermoeden dat dit niet haar enige opdracht was in die moeilijke jaren van haar ziekte. Mij werd duidelijk dat zij die jaren vooral ook nodig had voor een andere levensopdracht en wel voor een bezinning op haar actieve levensjaren. Met name ging het daarbij om de inzichten die zij in haar leven had opgedaan. Ofwel om de opdracht om haar levenservaringen in rust en stilte bewust te worden, te doorgronden en te doordenken. Je mag ook zeggen: die jaren van haar ziekte en afhankelijkheid waren bedoeld voor het verwerven van een verdiepte aardse wijsheid die je alleen maar op aarde leren kunt en niet in de geestelijke wereld. (Daartussen bestaat werkelijk een groot verschil, tussen enerzijds aardse en anderzijds hemelse of kosmische wijsheid.) De engelen, de hogere en de lagere, zullen haar na haar dood vol liefde, maar ook vol spanning hebben opgewacht. Want wat zou Elisabeth hen aan nieuwe inzichten en aan aardse wijsheid kunnen schenken? Vol verlangen hebben zij daarop gewacht. Daarnaast waren de engelen vooral ook geïnteresseerd in datgene wat Elisabeth had begrepen van het kwaad op aarde, ofwel van het werk van de kwade machten. En dan zowel van het werk van de donkere machten op aarde, als van hun stille, verborgen werk in de harten van de mensen. Die kennis over de werking van het kwaad kunnen de engelen niet vinden in hun eigen hart, maar ook niet in de werelden van het licht waarin zij leven. Voor die inzichten over het donker en het kwaad hebben zij mensen nodig die hen vanuit hun eigen ervaring daarover kunnen vertellen. Zo kon Elisabeth hen – het is maar één van de vele voorbeelden waarover zij de engelen inzicht kon geven – vertellen over de werking van de machten van de jaloezie. Want Elisabeth had in haar leven veel met jaloezie van doen gekregen. Als vrouw in een mannenmaatschappij die de moed had haar hoofd boven het maaiveld uit te steken was zij een vanzelfsprekend doelwit voor de jaloezie van vele mannen. Velen van hen verdroegen het niet dat een vrouw meer aandacht, meer bekendheid en zoveel meer wereldfaam kreeg dan zij. Hun enige onmachtige antwoord was dat van de jaloezie. Dat is een groot kwaad op aarde, meer dan we meestal beseffen. Maar waarom is jaloezie dan zo’n groot en gevaarlijk kwaad? Degene die jaloers is raakt met de jaren steeds dieper verstrikt in de negatieve sfeer daarvan. Hij verhardt en zijn ziel versteent. Daardoor verliest hij de verbinding met zijn eigenlijke, hogere wezen. Ofwel: hij verliest zichzelf. Maar degene die jarenlang door die jaloezie getroffen wordt – en vergeet niet dat jaloezie een veel sterkere negatieve uitwerking heeft dan wij meestal beseffen – raakt meer en meer verlamd in zijn levenskracht. Uiteindelijk komt er dan een moment waarop hij innerlijk breekt en als gevolg daarvan sterft. Dus jaloezie heeft een dubbele negatieve werking: degene die jaloers is verhardt en raakt de verbinding met zijn eigenlijke wezen kwijt. Het gevolg daarvan is dat hij een speelbal wordt van zijn egokrachten en niet meer tot een werkelijke communicatie in staat is. En degene die getroffen wordt door jaloezie wordt aangetast in zijn levenskracht en moet in een volgend leven die geschonden en aangetaste levenskracht weer heel geleidelijk opbouwen. Om tot inzichten als deze te komen en die vervolgens aan de engelen te kunnen schenken moest Elisabeth haar ziekbed doorstaan. Het was dus wel een belangrijk inzicht en daarmee een groot geschenk dat Elisabeth de engelen te geven had. Voor mij is deze bijzondere levensopdracht van Elisabeth Kübler-Ross (waar maar weinig mensen zich van bewust zijn geworden) uiterst veelzeggend. Ze had, toen ze getroffen werd door een beroerte, ook kunnen kiezen voor euthanasie of om haar zonder behandeling te laten sterven. Gelukkig heeft ze dat geen van beide gedaan, want anders had ze de engelen niet kunnen schenken wat zij van onze kant nodig hebben. Ook dit inzicht – dat de engelen mensen nodig hebben om tot inzicht in de werking van het kwaad op aarde te komen – komt voort uit onze bewustzijnsziel: bewustzijn is noodzakelijk voor het inzicht in het kwaad. Zo gezien was Elisabeth Kübler-Ross een van de eerste mensen in onze tijd die zich dit nieuwe vermogen eigen maakte en daarmee leefde. Voor mij maakt dit voorbeeld van Elisabeth ook duidelijk hoe voorzichtig wij moeten zijn met euthanasie. Het kan zijn dat wij onszelf daardoor de kans ontnemen om de engelen het geschenk van onze gerijpte aardse wijsheid aan te bieden.
En tenslotte nog deze kanttekening: het is belangrijk ons te realiseren dat Elisabeth Kübler-Ross tijdens haar ziekbed het geestelijke werk verrichtte dat de meeste andere mensen pas ná hun dood in de astrale wereld verzetten. En wel om daar terug te kijken op hun aardse leven en zich bewust te worden welke lessen er geleerd zijn, welke lessen nog zijn blijven liggen en wat de diepere zin van hun aardse leven was. Ook ziet de gestorvene dan hoe dat zojuist voltooide aardse leven past in de stroom van vele aardse levens die hij inmiddels heeft doorleefd. Het feit dat Elisabeth Kübler-Ross deze taak al op aarde verrichtte, maakte het haar mogelijk om weer heel snel naar de aarde af te dalen voor een nieuwe incarnatie. Met name bij ingewijden zie je dat vaker gebeuren.
NB:
1. Na de vorige Nieuwsbrief heb ik heel wat enthousiaste en hartelijke mailtjes ontvangen. Veel dank daarvoor! Helaas is het mij niet meer mogelijk al die mailtjes te beantwoorden, alleen in uitzonderingssituaties. Sorry, het is niet anders!
2. Op 12 april 2026 heb ik in de Woudkapel in Bilthoven mijn laatste lezing gegeven. Deze ging over het thema dat mij al mijn hele leven bezig houdt: Wat gebeurt er als je doodgaat?
Pieter Zandberg, voorzitter van onze stichting De Heraut, heeft deze lezing opgenomen, zie button.
3. Indien u nog niet geabonneerd bent op deze Nieuwsbrief en die wel graag wilt ontvangen, kunt u zich hier aanmelden op bovengenoemde website.
Hans Stolp
